Vraagje…
Een zaterdagochtend bij de bakker. De eigen vaste broodverstrek-ker is met vakantie, dus je fietst wat verder het dorp in. Een rij mensen tot net niet buiten op het plein verraadt alvast dat het er druk is. Dubbel zo druk. Maar een praatje met een oud-bewoner van je intussen verbouwde huis, doet de tijd krimpen. Of je luis-tert ongewild mee met de twee leeftijdsgenoten, die elkaar de loef af steken om toch maar om ter eerst tachtig te worden. De één eind augustus, de ander al drie weken vroeger. Die wint, dus. En de rij “wachtenden-voor-u” kort in. Het moment breekt aan waarop het mijn beurt is. Word ik toch wel niet voorgekropen door één van die tachtigjarigen? Maar ik, ik zeg niets. Er werd me geleerd eerbied op te brengen voor grijze haren. Niet dat er nog grijze haren staan op het hoofd van Louis Willems, maar toch. En daarom… Daarom zeg ik niets en laat begaan.
Mijn 2e kans. Steekt een jongedame me voor. Een Ikea-trut *. Een Ibiza-gebruinde (Hollandse) pul. Een cabrio-klant. Een juwelenuitstalraam. Kan je je d’ er iets bij voorstellen? Zo iemand steekt me voor.
En ik!? Ik, ik zeg niets! Ik laat begaan! Ik zie toe. Want was de één te oud om op de vingers getikt te worden, de deze was duidelijk te jong. Nu vraag ik u…
Zou dat nu “midlife-crisis” zijn?
*Die komt niet van
mij, die is van
Yoep van’t Hek.




