En aan die boom daar kwam een tak…

Dat ondergetekende iets met kastanjebomen heeft, moet bij deze voor elk van u wel duidelijk zijn. Ooit geplant door papa zaliger, klimobject, kastanjevoortbrenger, (zelfs na de verhuis naar de Seringenlaan in 1976), en, na het dag op dag na 19 jaar weer teruggekeerd te zijn naar het tuinpad van mijn vader, in 1995 dus, afdak tijdens de lust-rum voorstelling van Wannes Van de Fietsemaker.
Naamgever aan de vzw en inspiratiebron om afsluiting, ramen, tuintafel en parket uit hetzelfde materiaal te laten bestaan… Gedroomd decor voor een optreden van Willem Vermandere in onze tuin.. Maar het weer van 1 juli 2000 besliste daar anders over.
De Open Brief aan Willem, die geschreven werd voor het programmaboekje, was niet in dovemansoren gevallen. De lasagne had hem gesmaakt en er was nog even tijd, eer we naar Hamont zouden gaan voor een grandioos optreden. Of hij even mee naar de bomen wilde komen kijken… Ik had toen al flink gesnoeid, met het oog op het optreden en de onderste takken, eigenlijk al geen takken meer, waren geknipt voor beeldhouwers als hij. Of hij er iets mee kon doen? Het was wat op dat moment wat moeilijk om er een mee te nemen: de camionette zat vol met zijn materiaal, maar we mochten er altijd een binnenbrengen. En dus bezorgden we hem de grootste aan huis, weliswaar met een paar grote barsten in het hout, maar benieuwd naar wat er zou over blijven, naar welk beeld uit deze “branke” door Willem bevrijd zou worden. Het bleef een lange tijd stil rond de tronk. Hij was er aan begonnen, maar een hernia had hem doen uitwijken naar het lino snijden. Het is te zeggen: MDF snijden. Niet zonder resultaat, zo konden we vaststellen op de vernissage van de tentoonstelling “het Grote Krakeel”, vorig jaar halfweg oktober in St Truiden.
Maar op de begrafenis van Pieter had Willem laten horen dat ons beeld klaar was. We zouden bellen voor een afspraak. We maakten er zelfs een weekendje van: in Pervijze, aan de boorden van IJzer. Het land moet daar doordrenkt zijn van soldatenbloed, zo pal aan het front van een loopgravenoorlog. Miezerig nat weer, troffen we er aan. En het was lang geleden dat ik de “brune vette eerde” er zo bij had zien liggen, glanzend van vruchtbaarheid en doorkliefd door ongetwijfeld nog zwaardere ploegen dan de machines die maar pas de bieten er uit hadden losgetrokken. Een raar gevoel bekroop me weer: het West-Vlaanderen gevoel. Het gevoel van weer thuis te komen, aan mijn roots. Optredend & rondtrekkend van hier naar daar, via her en der tot wijd en zijd was dat sentiment wat ondergesneeuwd geraakt. Ik was wat “te vaak” in West-Vlaanderen geweest. Maar dat weekend was het gevoel er weer, in volle kracht, en de basklarinet uit “1000 soldaten” zinderde onophoudelijk door mijn geest.
Een stralende zon lokte ons die zondagochtend nog even naar Onze Lieve Vrouw-hoekje, eer we “op audiëntie” bij Willem mochten gaan.
De nieuwsgierigheid naar wat er van de tronk hout geworden zou zijn, maakte me zenuwachtig. Ik wilde Willem de volledige artistieke vrijheid gunnen, maar ja: God weet met wat we dan zouden thuis komen. Hij liet ons niet al te lang op onze honger zitten: met het beeld op zijn schouders kwam hij terug uit zijn atelier. Ik herkende de barsten. Ze waren niet verdrongen tot de minst storende hoek: het hele beeld was er rond geconcipieerd. “Barsten moet je verwerken”, zei Willem. “Integreren, zoals in het leven.” Uw barsten integreren. Hij had het hout ook niet in breedte ontmanteld: het was een opstaand beeld geworden. Buigend naar voren. Met een omhelzende arm, de kijker warm tegen zich aandrukkend. “Dat beeld mocht uw vader voorstellen, niet?” Daarom dat hij het ook geen gezicht had gegeven. “Ge moet het invullen met uw verbeelding,” zoals ook in de Islam en het Jodendom geen beeld gemaakt wordt van de Onnoembare. Net om Hem op geen enkele voorstelling vast te prikken.
Nog liever dan ik het me kon voorstellen, nog dichter bij de wortels dan ik in mijn Open Brief had kunnen verwoorden… Zo heeft Willem mijn kastanjeverhaal een beeld en
een gelijkenis gegeven.
Het was die boodschap ook die ik verwoordde, twee weken later al, bij ons op school, tijdens een herdenkingsviering naar aanleiding van Allerzielen. De barsten geïntegreerd, zonder een duidelijk gezicht, maar overgeleverd aan de verbeelding, zich over de ander buigend, als een vader, als een moeder de ander tegen zich aandrukkend en beschermend… een boodschap die ik, dankzij Willem, nog vaak zal kunnen visualiseren, zonder twijfel ook ooit zal moeten visualiseren aan mensen die met het Leven en de dood (nog) geen blijf weten…

Trouwens … Wie ooit denkt zelf het beeld daartoe te kunnen gebruiken, daar hoor ik het wel van. We stellen het dan graag ter beschikking

One Response

  • Oktober 1989. Weet je dat ik destijds, met jouw kastanjes mijn kursus “filosofie van de kunst” geblokt heb? We hebben er met de kotgenoten kastanjepuree van gemaakt terwijl de filosofie al voorlezend ingelepeld werd… De beiden hebben heerlijk gesmaakt!

    Groetjes, ‘t ga je goed.

Leave a Reply