Pieter
° 15/1/1991 + 1/9/2002
Pieter, het blauwe mannetje van Schelle, kleinzoon van Nonkel Pier en Tante Joske, zoon van Geert en Karl, zus van Marijke, Ward en Katrien.
Nonkel Pier en Tante Joske ken ik sinds een kleinkunstavond in Lanaken. De asielverschaffers voor Willem (Vermandere) en zijn muzikanten, als ze naar Schelle trekken, om er de studio in te duiken. Was het de overeenkomst tussen zijn jongste zoon Dieter en mij die Pier meende te herkennen? Of hoe druk je anders uit dat je op elkaars golflengte zit? Want op één of andere manier klikte het met hen. En
met hun familie. Want Pier en Joske, dat is meteen ook hun familie. En zo belandde ik vlak voor een optreden in Schelle bij Geert en Karl aan tafel. Pier en Joske moesten onverwacht elders heen en dus werd aan dochter Geert opgedragen goed voor Wannes te zorgen, in de traditie van het huis Bolsens. Maar Pieter kende ik al. Bij een optreden op zijn eigen school, een half jaar of wat nog daar voor, had ik, as usual, een Blauw Mannetje uit het publiek gehaald. Bleek dat toch wel niet Pier zijn kleinzoon te zijn? En sindsdien werd Pieter “het blauwe mannetje” genoemd. Ook toen de familie met Pier en Joske meekwam naar onze bruiloft. Op de foto met de lange sliert mensen, onderweg van de kerk naar de tuin van Addy en Annemie, loopt hij naast nonkel Pïer, aan de kop van het peleton. Pieter bleef “het blauwe mannetje”, ook op het communiefeest van zus Katrien, waarop we uitdrukkelijk uitgenodigd waren.
Mijn hart kromp ineen toen ik op 2 september, de eerste schooldag, in de krant achter een paar initialen zijn naam vreesde te herkennen. De onheilstijding ging inderdaad over Pieter. Een dom “onschuldig” ongeval maakte een einde aan zijn heftig en intens leven. Dag Pieter. Daaaaag! Rust in Vree. Blijf je familie steunen, vanuit waar je nu ook bent. Blijf bij hen aan de ontbijttafel, wees aanwezig in de tuin van Grote Va, laat de vlag op je onvoltooide kamp maar wapperen.
Rust in Vree, Pieter!
(Het houten kruisje in Voeren, dat werd neergezet op de plaats van het ongeval, blijft als stille getuige een aanklacht van hoe dom de dood kan zijn.)




