Alsnog vrij onverwacht overleed op 17 januari 2005 Nonkel Pier Bolsens. Het is nonkel Pier dankzij wie ik Willem Vermandere beter en persoonlijk leerde kennen. Met nonkel Pier verliest de vriendenkring rond Willem nog meer dan een nonkel een vriend, een bijzonder man, een vader.
Nog maar pas in de Haag ingetrokken, had ik een flyer gevonden van een kleinkunstavond in Lanaken. Wannes Van de Velde, Jan de Wilde en Willem Vermandere samen op de affiche. Het is 24 oktober 1995. Die namiddag heb ik gespeeld voor een of andere volkstuin. De prijsuitreiking van de dikste pompoen mocht animatief worden voorafgegaan door een optreden. Ik besluit wat te eten onderweg naar Lanaken, maar bij gebrek aan aanbod, kom ik ruimschoots te vroeg aan. Er worden broodjes te koop aangeboden en je mag al de zaal in. Er is geen nummering voorzien en ga eens op de eerste rij zitten, naast twee jassen. De mensen die bij de jassen horen, komen snel opdagen. Een gesprek komt spontaan op gang. Ik heb niet veel nodig als ik de vraag krijg voorgeworpen waarom ik naar “De Wiellem” kom kijken. “En voor wie komt gij? Naar de Wannes?” vraag ik, de man beoordelend om zijn Antwerps accent.. Maar dan steekt hij van wal. Hij is Nonkel Pier, gastheer voor Willem als die in de buurt is. Horlogemaker van beroep, maar genieter op pensioen. Een optreden van Willem ergens te lande wordt aangegrepen als kans om er een weekend van te maken en zo eens een ander stuk van ons land met de fiets te verkennen. We worden verzocht de zaal te verlaten voor de soundcheck en ook de pauzes tussen de drie optredens door geven uitgebreid te kans om elkaars verhaal te beluisteren. Hij ziet in mij overeenkomsten met zijn jongste zoon Dieter. Ik hang aan zijn lippen, vastgekluisterd door de anekdotes en de vriendschappelijke warmte. Als na het optreden Willem bij Pier en Joske aan tafel komt zitten, stelt Pier me aan Willem voor en komt Noel Duforet ter sprake: de Jezus van de Boetprocessie in Veurne en buurman van mijn metteke. Willem schreef diens doodssantje. Als we op het eind van een mooie avond afscheid nemen, wordt het overduidelijk. “Wij gaan elkaar nog zien.”
Inderdaad. Pier en Joske waren er bij toen we op mijn 29e verjaardag met 11 man naar Gruitrode reden, om er de allereerste rij te mogen innemen (Een gewoonte die ik van nonkel Pier begon over te nemen.) en te horen hoe Willem van het podium afdonderde. Ze waren er bij toen de tribune werd geopend. Ze waren er ook bij toen we trouwden, zittend op zowat de eerste rij, zoals Pier dat gewoon was. Samen luisterden we naar Willem in Houthalen, op Sinterklaasavond en in de sneeuw; en in Bergeyk, waar de zaal spontaan begon met te zingen bij het refrein van wie wie wie. Halfziek reisde hij mee naar Goes, genezen kwam hij er weer van terug: gevoed als hij kon worden door het samenzijn met mensen. Uiteraard zaten Pier en Joske mee op de eerste rij toen Willem in 2000 op vraag van de vzw kwam zingen in Hamont.. Maar nog meer dan een gedeelde interesse werden we gebonden door een warme vriendschap.
Maar hoe beschrijf je zo’n vriendschap? Laat me een poging wagen met anekdotes en herinneringen. Meer dan eens mocht ik genieten van Joskes gulle tafel, met groenten uit Pier zijne hof. En bij elk bezoek kwam er weer een ander verhaal ter sprake. Hij liet me de tekening zien die zijn kleinkind en plakband Katrien maakte tijdens een kindernevendienst. De vraag was hoe ze zich de hemel voorstelde. Ze tekende zichzelf met hare grote va. Ze groeide letterlijk uit het stoeltje, vooraan op zijn fiets. En toen hij haar duidelijk maakte dat dat niet meer stond voor meisjes van het vijfde leerjaar en zelf gevaarlijk was, nog op dat stoeltje vooraan te gaan zitten, vroeg ze daags nadien als verjaardagsgeschenk er toch nog een jaartje bij te doen. Hij vertelde hoe het met zijn oudste zoon was vergaan. De directeur van de school belde voor de zoveelste keer dat zoonlief te laat op school was gekomen, of zelfs helemaal niet was komen opdagen. Dat hij alleen was gaan wonen, dat kon Pier als vader stilaan aanvaarden. Maar de bezorgdheid dat zijn oudste op deze manier zijn diploma ging vergooien, zat hem dieper. “Mijne fiets was kapot, pa” was het antwoord geweest, toen hij zijn bezorgdheid luchtte. Dus ging Pier naar de fietsenmaker om er voor zijn zoon een nieuwe fiets te gaan kopen. Hij ging hem brengen naar zijn zoon en legde op tafel een briefje: “Zodat ge nergens meer te laat hoeft te komen…”
De Pier die in zijn tuin een podium had staan, om tijdens familiefeesten te kunnen optreden. En een vlag had wapperen van Amnesty International. Waar een kapelleke hing tegen de perenboom, en twee tuinhuisjes stonden met verkleedkleren. De Pier die op zijn manier omging met levensverhalen van mensen. In Daniël zingt Willem: “Wat wil ’t arm volk van Vlaanderen, een platte steen voor op zijn graf. Laat de kunstenaar creveren, geef ze maar de bedelstaf.” En dus bestelde hij bij Willem alvast zijn grafbeeld. Hij wilde er op voorhand al van kunnen genieten. Het stond de laatste jaren al in zijn tuin. Ook het lied dat Willem voor hem schreef, heeft hij nog mogen horen. Een paar dagen voor zijn dood is Willem het aan zijn ziekbed gaan zingen. Geschreven als viaticum, voedsel voor onderweg, is Pier er zijn laatste dagen mee ingegaan. En zou het hem nog gegaan zijn tot in het voorjaar, de zomer misschien, zoals hij me beloofde, die week voor Kerstmis, zelf voortgaande op de heilzame werking van bepaalde pillen die hij toen aan het nemen was, ook zijn wens om voor zijn begrafenis koffietafel te houden, en er zelf nog bij te kunnen zijn, zou hij hebben zien werkelijkheid worden.
Hoe schat je een vriendschap in? Wellicht ben ik er zelf pas helemaal achter gekomen toen Joske me vroeg mee zijn verrijzenisviering voor te bereiden en ze samen met Magda, de pastorale werkster van Schelle, en met Willem voor te gaan.
Pier, ik wil je bedanken. Ja, ook voor dat contact via jou met Willem. Maar vooral voor jouw vriendschap. Je zal er bij zijn als iemand met een Antwerps accent nog eens zegt : “allez vooruit”. Je zal er bij zijn, als iemand peinzend op zijn onderste lip bijt, het hoofd achterover, de ogen tot spleetjes trekkend en onderzoekend zijn gespreksgenoot aankijkt. Je zal er bij zijn, als de twee eerste kaarten voor een optreden die van de eerste rij moeten zijn. Je zal er bij zijn als onze kinderen schommelen onder de kastanjeboom. Je zal er bij zijn als ze de poppenkastpoppen boven halen. Je zal er bij zijn als er gefietst gaat worden om eens een andere streek van ons land te verkennen. Je zal er bij zijn als we met een landkaart op de schoot onze route overdoen. Je zal er bij zijn als ik een grootva met een veel te groot kleinkind op zijn stoeleke zie fietsen. Je zal er bij zijn als er aan een kapelleke gestopt wordt om er een liedje te zingen of een melodieke te spelen. Je zal er bij zijn als iemand ons vraagt waarom de naam van onze vzw in het engels moest zijn. Je zal er bij zijn als uitspraken herhaald worden in de aard van “het is niet omdat ik lang en rap eet, dat ik veel eet.” Je zal er bij zijn als iemand de zondagse pistolets keurt op hun versheid, door eens met zijn mes op de bodem te kloppen. Je zal er bij zijn als op zondagochtend goei boter gesmeerd wordt. Je zal er bij zijn als de vrienden rond Willem nieuws uitwisselen. Je was hun nonkel Pier.
Bedankt Pier! En rust in vree.





Mag ik vragen wie Duforet Noel was en is deze nog in leven.Daar ik hier een beeld heb door hem gemaakt,er werd mij, gevraagd om dit werk te restoreren.
Graag zou ik vernemen wie Duforet Noel eigenlijk is of was.Daar ik een beeld van zijn hand gemaakt ter restoratie heb en er wat meer zou over willen weten.
Leeft deze persoon nog .
Dank U wel voor de eventuele samenwerking
Vantomme Gery
hey ik heb hier een kunstwerkje van duforet noel,het kerkje van steenkerke recht tegenover willem vermandere
Ongetwijfeld dat hij dat vaak schilderde. Het waren goede vrienden