Een Wannes’ liedje wordt gemaakt
met spelen moet je doen
Een vlag, een beer, een parasol
gekke veters in je schoen,
met blij zijn om applauzen en het lachen van een kind
en een strik die je na dagen zoeken gelukkig toch weer vindt.
Een vlag moet wapperen, hoog aan een mast
klaroenen schallen : ik ben te gast
in die zo grote, koninklijke woonst
dan is’t acteren op zijn mooist
Een Wannes’ liedje wordt gemaakt
met wat spulletjes bij elkaar
met Roefel hier en Kerkdagen
met Bond en schoolfeest daar
met zweet en hees en choco op wel elke boterham
zo leeft eenmaal een clown die’t spel niet laten kan
Mijn vlag zal wapperen, door weer en wind
voor sint en koning, en ‘t kleinste kind
en wie ‘t niet kan lezen, die hoort het van mij
zo is de koning ook weer blij
Een Wannes’ liedje wordt gemaakt, met een brokje stil verdriet
van toch maar weer alleen te zijn, ik vergeet die 4 jaar niet
maar dan krijg je een tekening, van een kind met een ballon
en in kleuterogen schittert dan de allermooiste zon.
Die vlag blijft wapperen, daar zorg ik voor !
nog honderd jaren gaat Wannes door.
En als ik dan ooit doodga,
Schrijf op mijn graf :
(Hier rust Wannes van de Fietsemaker,) of heette hij toch Raf
Een Wannes’ liedje wordt gemaakt met hele lange snuit
met Repelsteeltje die ook speelt op zijn wondre houten fluit
met wel 1000 avonturen daarvoor is het nu te laat
Maar graag geef ik aan jullie deze koninklijke raad :
Laat toch een zon op vanuit je hart
dan wordt de wereld echt iets apart
voor alle mensen en voor elk ding
ook als ‘t dan eens regent binnenin
Want de zon die schijnt voor iedereen
daaraan twijfelt toch geen één
voor hem voor haar voor jou voor mij
zelfs Yambandjoa hoort er bij
voor Polleke, voor Twietie, waar die vogel ook mag zijn
als hij maar niet omkwam door een trein
Dag bloem en dag vogel, dag vis en dag ster
blijf nog maar fonkelen van her en van der
gegroet ook lieve mensen, bedankt iedereen
(en als ik vragen mag
laat me nu toch niet alleen




